Het rapport
Alimentatienormen vast, ook wel het Tremarapport of de
tremanormen genoemd bevat de normen en richtlijnen die rechters
kunnen gebruiken bij het bepalen van de bedragen die horen bij
de draagkracht en de behoefte, wanneer het gaat om het
vaststellen van de alimentatie. Het rapport dient ervoor om meer
rechtsgelijkheid en rechtszekerheid, dus uniformiteit te
scheppen op het gebied van de bepaling van de hoogte van de
alimentatie. Uitgangspunt is in ieder geval dat de
alimentatieplichtige voor zichzelf een bedrag ter hoogte
van het bestaansminimum plus een redelijk deel van de resterende
draagkrachtruimte moet kunnen houden. Een deel van dit bedrag is
beschikbaar voor alimentatie: eerst voor de eventuele kinderen
en wanneer er een bedrag overblijft, voor de
alimentatiegerechtigde.
Hoogte van
de partneralimentatie ?
U bent vrij om in
onderling overleg een bedrag vast te stellen en de voorwaarden
met betrekking tot aanpassing van dit bedrag in de toekomst. Dit
wordt dan vastgelegd in het echtscheidingsconvenant of
beëindigingsovereenkomst van het geregistreerd partnerschap.
-
Indien de
rechter dit bepaalt, wordt met een drietal factoren rekening
gehouden. De hoogte van de partneralimentatie wordt bepaald
door de behoefte,
de
verdiencapaciteit
en de
draagkracht.
-
Behoefte:
het bedrag wat nodig is voor een gelijkblijvende
levensstandaard.
-
Verdiencapaciteit: de
aanwezigheid van eigen inkomsten en de mogelijkheid om een
eigen inkomen te gaan verdienen.
-
Draagkracht is afhankelijk van
de verdiensten en de lasten die de partner die alimentatie
moet betalen heeft.
Partneralimentatie
is nooit hoger dan de behoefte en wordt anderzijds beperkt door
de draagkracht van degene die alimentatie moet betalen. De
precieze berekening vindt plaats op basis van de Trema normen.
Kinderalimentatie
|
Hoogte van de
kinderalimentatie ?
Wanneer de ouders in onderling overleg afspraken maken
over de hoogte van de kinderalimentatie, zal de rechter
nog wel controleren of het afgesproken bedrag niet te
laag is. Wanneer dit wel te laag zou zijn, dan zal de
rechter een hoger bedrag vaststellen. In het geval dat
de ouders niet tot afspraken over de hoogte van de
kinderalimentatie kunnen komen, dan zal de rechter per
kind op basis van de geldende Tremanormen een bedrag
vaststellen. Er wordt uitgegaan van de behoefte van de
kinderen en dat is het bedrag dat nodig is om ervoor te
zorgen dat kinderen na de scheiding op financieel gebied
niet op achteruitgaan. Er wordt gekeken of het bedrag
ook daadwerkelijk betaald kan worden en wat het aandeel
van beide ouders in de kosten van levensonderhoud van de
kinderen zal moeten zijn. Belangrijk hierbij is ook het
bedrag dat fiscaal aftrekbaar is voor de
alimentatieplichtige. De Minister van Justitie bepaalt
elk jaar, met welk percentage de kinderalimentatie wordt
verhoogd.
|
 |
Mijn kind is
meerderjarig, en nu?
Vanaf de leeftijd
van 18 jaar,
dient de kinderalimentatie overigens met het kind zelf overeen
te zijn gekomen en aan hem/haar betaald te worden.
-
De
onderhoudsplicht van de ouders naar van hun kinderen van 18
tot en met 20 jaar blijft bestaan, of het kind studeert,
werkt of uitwonend is.
-
De hoogte van de
bijdrage in het onderhoud naar de kinderen toe hangt ook af
van de eigen inkomsten van het kind.
-
Ouders zijn niet
aansprakelijk voor schulden van een kind van 18 jaar of
ouder.
-
Van kinderen die
gaan huwen of een geregistreerd partnerschap aangaan, wordt
de partner in eerste instantie onderhoudsplichtig. De
onderhoudsplicht van de ouders duurt echter onverminderd
voort.
Wanneer een kind 18, 19 of 20 jaar is, dan moeten ouders
bijdragen in de kosten van levensonderhoud en
studiekosten. In feite is het dezelfde plicht als die voor
kinderen onder de 18 jaar geldt, en die in dat geval de
onderhoudsplicht betreffende opvoeding en verzorging wordt
genoemd. Vanaf de leeftijd van 18 jaar tot en met 20 jaar kan
het alimentatiebedrag, lager worden als het kind eigen inkomsten
heeft of een studiefinanciering ontvangt.
Studiefinanciering en kinderalimentatie?
De Informatie Beheer Groep bepaalt de
ouderlijke bijdrage die het bedrag vormt dat de ouders kunnen
bijdragen in de school- of studiekosten en levensonderhoud van
hun kind. Deze ouderlijke bijdrage wordt gebaseerd op het
inkomen van de ouders. De ouders zijn echter niet verplicht om
dit bedrag ook daadwerkelijk bij te dragen en er staan geen
sancties op het niet betalen, dit is echter een zeer zwaarwegend
advies. Het kind kan
proberen meer studiefinanciering te
krijgen door een beroep te doen op de regeling inzake
weigerachtige ouders. Men hoeft overigens niet bovenop de
kinderalimentatie nog eens de ouderlijke bijdrage te betalen. In
de praktijk zal men moeten kijken naar het eventuele verschil
tussen ouderlijke bijdrage en de kinderalimentatie. Dat wat de
ouderlijke bijdrage hoger is dan de kinderalimentatie kan men
dan extra gaan betalen.
Inkomen ex-partners
na scheiding
Bijstand
|
 |
Wanneer bij een scheiding of een ontbinding van een huwelijk de
rechter de hoogte aan partneralimentatie vaststelt, houdt hij of
zij altijd rekening met de behoefte van de ene en de draagkracht
van de andere ex-partner. Als ex-partners samen alimentatie
hebben afgesproken, kan het zijn dat er niet volledig rekening
is gehouden met de behoefte van de ene en de draagkracht van de
andere ex-partner. Maar in beide gevallen kan het bedrag aan
alimentatie niet genoeg zijn om in het levensonderhoud van de
ex-partner die alimentatie krijgt te voorzien. Als die
ex-partner daarnaast geen of te weinig andere inkomsten of
vermogen heeft, kan zij of hij een verzoek om een aanvullende
bijstandsuitkering indienen bij de Sociale Dienst in de eigen
woonplaats.
|
Verhaal
Vraagt de ene
ex-partner bij de scheiding of enige tijd na de scheiding een
bijstandsuitkering aan, dan gaat de Gemeentelijke Sociale Dienst
na in hoeverre de andere ex-partner onderhoudsplichtig is en of
uitgekeerde bijstand op hem of haar kan worden verhaald. De
Gemeentelijke Sociale Dienst vraagt daarvoor de ex-partner op
wie verhaald kan worden om alle financiële gegevens te
verstrekken die nodig zijn voor de beoordeling. Daarna stelt de
Gemeentelijke Sociale Dienst vast welk bedrag verhaald gaat
worden en vraagt dat bedrag binnen 30 dagen te betalen. Als de
ex-partner op wie wordt of gaat worden verhaald het daar niet
mee eens is en niet betaalt, vraagt de Gemeentelijke Sociale
Dienst aan de rechter bij de rechtbank om de betaling dwingend
op te leggen. Dit kan de Gemeentelijke Sociale Dienst ook doen,
als de situatie van de betalende ex-partner zo is gewijzigd, dat
op hem of haar een groter deel van de uitgekeerde bijstand zou
kunnen worden verhaald. Natuurlijk kan de betalende ex-partner
ook om vermindering vragen, als de eigen situatie zo is
gewijzigd dat het verhaalde bedrag niet meer redelijk is.