|
| 14-03-2008 - Verzoek tot verhoging partneralimentatie afgewezen | De rechter neemt niet licht aan dat er sprake is van `gewijzigde omstandigheden` op grond waarvan een overeengekomen alimentatiebedrag later moet worden aangepast. Dat geldt des te meer als er sprake is van een niet-wijzigingsbeding in het echtscheidingsconvenant. Deze conclusie kan worden getrokken uit een onlangs gepubliceerde uitspraak van de rechtbank Den Haag.
Een man en een vrouw waren gehuwd van 1983 tot 2003. Bij beschikking sprak de rechtbank Haarlem de echtscheiding uit, en bepaalde daarbij dat de man een jaar lang € 1500 bruto alimentatie aan de vrouw moest betalen, en daarna €1.100 bruto per maand. Deze bedragen waren partijen ook overeengekomen in het echtscheidingsconvenant.
In 2004 eist de vrouw dat de alimentatie wordt verhoogd naar bruto € 4.500. Zij stelt daartoe onder meer dat ze ten tijde van de echtscheiding psychisch in de war was (en ook herhaalde keren was opgenomen in een kliniek), en ook dat de overeengekomen echtscheidingsbeschikking `met grove miskenning van de wettelijke maatstaven` tot stand is gekomen.
De rechtbank volgt de vrouw niet. "Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vrouw niet dan wel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij ten tijde van het ondertekenen van het echtscheidingsconvenant zodanig psychisch in de war was dat zij niet in staat was haar belangen te behartigen," aldus de rechtbank. Daar komt bij dat zij zich bij de onderhandeling had laten bijstaan door haar financieel onderlegde broer.
Ook is er geen sprake van gewijzigde omstandigheden (ten aanzien van woonlasten, vermogen of het volgens de vrouw gegroeide inkomen van de man) die maken dat het niet-wijzigingsbeding niet geldt. De rechtbank wijst het verzoek tot verhoging van de alimentatie derhalve af. (LJN: BC4611, datum uitspraak: 22 januari 2008) | | Deze pagina afdrukken |
|