|
| 13-08-2008 - Het rapport alimentatienormen | Het berekenen van de draagkracht: het Rapport Alimentatienormen
In het artikel `De vrijheid van de rechter bij de toekenning en vaststelling van partneralimentatie` - gepubliceerd in deze nieuwsbrief in oktober 2007 - is onder andere uiteengezet dat de rechter de vrijheid heeft om zelf te beoordelen of er in een concreet geval grond is voor toekenning van alimentatie. Stel dat de rechter bepaalt dat er inderdaad een grond aanwezig is voor toekenning van een bijdrage in het levensonderhoud van een ex-partner, op welke wijze wordt de hoogte van deze bijdrage dan vervolgens berekend?
In artikel 1:157 BW zijn de wettelijke maatstaven voor het bepalen van de hoogte van deze bijdrage vastgelegd. Uit het wetsartikel volgt dat de omvang van de partneralimentatie wordt bepaald enerzijds aan hand van de draagkracht van de alimentatieplichtige, en anderzijds de behoefte van de alimentatiegerechtigde. Uit het artikel kan echter niet worden opgemaakt hoe de draagkracht van de alimentatieplichtige vervolgens moet worden vastgesteld.
Bij de vaststelling van de hoogte van het bedrag heeft de rechter wederom een hoge mate van vrijheid. Uit vaste rechtspraak volgt dat er rekening gehouden mag worden met alles wat de alimentatieplichtige rechtens en feitelijk ter beschikking staat, en ook met wat deze zich redelijkerwijs in de naaste toekomst kan verwerven. Het is echter niet zo dat de rechters bij de arrondissementrechtbanken en de gerechtshoven ieder voor zich op zijn of haar manier de draagkracht gaan berekenen.
Het antwoord op de vraag hoe er berekend kan worden, wordt al jarenlang gegeven door de Werkgroep Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR). Deze werkgroep heeft in de loop der jaren diverse aanbevelingen en rapporten gepubliceerd. Deze publicaties zijn uiteindelijk bijeengevoegd in één uitgave onder de naam `Rapport Alimentatienormen`. In de praktijk is het rapport beter bekend onder de naam `het Tremarapport` of `de Tremanormen`.
Het Tremarapport bevat normen en richtlijnen die bij de vaststelling van alimentatie kunnen worden gehanteerd. Deze worden gebruikt door de arrondissementsrechtbanken en de gerechtshoven, en uiteraard ook door advocaten.
Draagkrachtberekening
Het berekenen gaat volgens een vast rekensysteem, uitgewerkt in modellen gevoegd bij het Tremarapport. Dat werkt in grote lijnen als volgt: op basis van de modellen wordt eerst het netto besteedbaar inkomen berekend. Om vast te kunnen stellen of er voldoende ruimte is om een alimentatie te kunnen betalen, wordt vervolgens het zogenaamde draagkrachtloos inkomen berekend. Dit is een optelling van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de relevante lasten. Dit draagkrachtloze inkomen is in feite het deel van het netto besteedbaar inkomen dat nodig om deze basis lasten te kunnen betalen.
Is echter het netto besteedbaar inkomen hoger dan dit draagkrachtloze deel, dan is er ruimte om een alimentatie te kunnen betalen. Het verschil wordt dan ook de draagkrachtruimte genoemd. De draagkrachtruimte wordt niet volledig gebruikt om alimentatie te voldoen. Een in het rapport nader uitgewerkt percentage ("draagkrachtpercentage") van de draagkrachtruimte wordt de alimentatieplichtige geacht te kunnen missen ten behoeve van een alimentatiegerechtigde.
Let wel: het zijn richtlijnen en er is soms het nodige op aan te merken. Afwijken kan, mag en moet in bepaalde omstandigheden. (13 augustus 2008) | | Deze pagina afdrukken |
|