DE
SCHEIDINGSWEG
De juiste weg in de goede richting
Scheiding- en
bemiddelingskantoor
Paardebloem 21
5913 DP Venlo
Wat is alimentatieplicht?
Dit is de wettelijke verplichting om een bijdrage te betalen aan uw
ex-partner en/of kinderen wanneer zij niet in hun eigen levensonderhoud
kunnen voorzien. Belangrijkste voorwaarde is wel dat u voldoende inkomen
heeft om aan deze verplichting te kunnen voldoen.
Wanneer eindigt
de alimentatieplicht?
• Overlijden van één
van beide ex-partners.
• Als de wettelijke periode of de onderling overeengekomen periode
voorbij is.
• Bij huwelijk of geregistreerd partnerschap van de alimentatiegerechtigde partner. Of samenwonen, echter de rechter bepaalt of samenwoners aan de criteria als ware zij gehuwd voldoen.
Wie moet alimentatie
betalen?
- partners na een
huwelijk of geregistreerd partnerschap;
- partners na samenwonen.
Echter alleen indien u in het samenlevingscontract hierover
afspraken heeft gemaakt.
- ouders naar hun
kinderen;
Maximale alimentatieduur
Hoe lang duurt de
alimentatieplicht?
Er moet allereerst een onderscheid gemaakt worden
tussen kinderalimentatie en partneralimentatie.
Bij partneralimentatie:
Na 1 juli 1994 gelden
de volgende wettelijke termijnen:
-
Een maximale periode van 12 jaar als er sprake is van een huwelijk met
minderjarige kinderen of wanneer er sprake is van een huwelijk zonder
kinderen dat langer dan vijf jaar heeft geduurd.
-
Een maximale periode van vijf jaar als het huwelijk niet langer dan
vijf jaar heeft geduurd en er geen minderjarige kinderen zijn. De
daadwerkelijke periode is net zo lang als de duur van het huwelijk.
Partijen zijn echter vrij over deze termijnen afwijkende afspraken te
maken, zolang deze maar worden vastgelegd in het echtscheidingsconvenant
of de beëindigingsovereenkomst
Berekening
partneralimentatie
Wat zijn tremanormen?
Het rapport
Alimentatienormen vast, ook wel het Tremarapport of de tremanormen
genoemd bevat de normen en richtlijnen die rechters kunnen gebruiken
bij het bepalen van de bedragen die horen bij de draagkracht en de
behoefte, wanneer het gaat om het vaststellen van de alimentatie. Het
rapport dient ervoor om meer rechtsgelijkheid en rechtszekerheid, dus
uniformiteit te scheppen op het gebied van de bepaling van de hoogte van
de alimentatie. Uitgangspunt is in ieder geval dat de
alimentatieplichtige voor zichzelf een bedrag ter hoogte van het
bestaansminimum plus een redelijk deel van de resterende
draagkrachtruimte moet kunnen houden. Een deel van dit bedrag is
beschikbaar voor alimentatie: eerst voor de eventuele kinderen en
wanneer er een bedrag overblijft, voor de alimentatiegerechtigde.
Hoogte van de
partneralimentatie ?
U bent vrij om in
onderling overleg een bedrag vast te stellen en de voorwaarden met
betrekking tot aanpassing van dit bedrag in de toekomst. Dit wordt dan
vastgelegd in het echtscheidingsconvenant of beëindigingsovereenkomst
van het geregistreerd partnerschap.
Indien de rechter dit
bepaalt, wordt met een drietal factoren rekening gehouden. De hoogte van
de partneralimentatie wordt bepaald door de behoefte, de
verdiencapaciteit en de draagkracht.
-
Behoefte: het bedrag wat nodig is voor een gelijkblijvende
levensstandaard.
-
Verdiencapaciteit: de aanwezigheid van eigen inkomsten en de
mogelijkheid om een eigen inkomen te gaan verdienen.
-
Draagkracht is afhankelijk van de verdiensten en de lasten die
de partner die alimentatie moet betalen heeft.
Partneralimentatie is nooit hoger dan de behoefte en wordt anderzijds
beperkt door de draagkracht van degene die alimentatie moet betalen. De
precieze berekening vindt plaats op basis van de Trema normen.
Kinderalimentatie
Hoogte van de
kinderalimentatie ?
Wanneer de ouders in
onderling overleg afspraken maken over de hoogte van de
kinderalimentatie, zal de rechter nog wel controleren of het afgesproken
bedrag niet te laag is. Wanneer dit wel te laag zou zijn, dan zal de
rechter een hoger bedrag vaststellen.
In het geval dat de ouders niet tot afspraken over de hoogte van de
kinderalimentatie kunnen komen, dan zal de rechter per kind op basis van
de geldende Tremanormen een bedrag vaststellen. Er wordt uitgegaan van
de behoefte van de kinderen en dat is het bedrag dat nodig is om ervoor
te zorgen dat kinderen na de scheiding op financieel gebied niet op
achteruitgaan. Er wordt gekeken of het bedrag ook daadwerkelijk betaald
kan worden en wat het aandeel van beide ouders in de kosten van
levensonderhoud van de kinderen zal moeten zijn. Belangrijk hierbij is
ook het bedrag dat fiscaal aftrekbaar is voor de alimentatieplichtige.
De Minister van Justitie bepaalt elk jaar, met welk percentage de
kinderalimentatie wordt verhoogd.
Mijn kind is
meerderjarig, en nu?
Vanaf
de leeftijd van 18 jaar, dient de
kinderalimentatie overigens met het kind zelf overeen te zijn gekomen en
aan hem/haar betaald te worden.
-
De onderhoudsplicht
van de ouders naar van hun kinderen van 18 tot en met 20 jaar blijft
bestaan, of het kind studeert, werkt of uitwonend is.
-
De hoogte van de bijdrage in het onderhoud naar de kinderen toe hangt
ook af van de eigen inkomsten van het kind.
-
Ouders zijn niet aansprakelijk voor schulden van een kind van 18 jaar
of ouder.
-
Van kinderen die gaan huwen of een geregistreerd partnerschap aangaan,
wordt de partner in eerste instantie onderhoudsplichtig. De
onderhoudsplicht van de ouders duurt echter onverminderd voort.
Wanneer een kind 18, 19 of 20 jaar is, dan moeten ouders bijdragen in de
kosten van levensonderhoud en studiekosten. In feite is het dezelfde
plicht als die voor kinderen onder de 18 jaar geldt, en die in dat geval
de onderhoudsplicht betreffende opvoeding en verzorging wordt genoemd.
Vanaf de leeftijd van 18 jaar tot en met 20 jaar kan het
alimentatiebedrag, lager worden als het kind eigen inkomsten heeft of
een studiefinanciering ontvangt
Studiefinanciering en
kinderalimentatie?
De Informatie Beheer
Groep bepaalt de ouderlijke bijdrage die het bedrag vormt dat de ouders
kunnen bijdragen in de school- of studiekosten en levensonderhoud van
hun kind. Deze ouderlijke bijdrage wordt gebaseerd op het inkomen van de
ouders. De ouders zijn echter niet verplicht om dit bedrag ook
daadwerkelijk bij te dragen en er staan geen sancties op het niet
betalen, dit is echter een zeer zwaarwegend advies. Het kind kan
proberen meer studiefinanciering te krijgen door een beroep te doen op
de regeling inzake weigerachtige ouders. Men hoeft overigens niet
bovenop de kinderalimentatie nog eens de ouderlijke bijdrage te betalen.
In de praktijk zal men moeten kijken naar het eventuele verschil tussen
ouderlijke bijdrage en de kinderalimentatie. Dat wat de ouderlijke
bijdrage hoger is dan de kinderalimentatie kan men dan extra gaan
betalen.
Inkomen ex-partners na scheiding
Bijstand
Wanneer bij een scheiding of een ontbinding van een
huwelijk de rechter de hoogte aan partneralimentatie vaststelt, houdt
hij of zij altijd rekening met de behoefte van de ene en de draagkracht
van de andere ex-partner. Als ex-partners samen alimentatie hebben
afgesproken, kan het zijn dat er niet volledig rekening is gehouden met
de behoefte van de ene en de draagkracht van de andere ex-partner. Maar
in beide gevallen kan het bedrag aan alimentatie niet genoeg zijn om in
het levensonderhoud van de ex-partner die alimentatie krijgt te
voorzien. Als die ex-partner daarnaast geen of te weinig andere
inkomsten of vermogen heeft, kan zij of hij een verzoek om een
aanvullende bijstandsuitkering indienen bij de Sociale Dienst in de
eigen woonplaats.
Verhaal
Vraagt de ene ex-partner bij de scheiding of enige tijd na de scheiding
een bijstandsuitkering aan, dan gaat de Gemeentelijke Sociale Dienst na
in hoeverre de andere ex-partner onderhoudsplichtig is en of uitgekeerde
bijstand op hem of haar kan worden verhaald. De Gemeentelijke Sociale
Dienst vraagt daarvoor de ex-partner op wie verhaald kan worden om alle
financiële gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de beoordeling.
Daarna stelt de Gemeentelijke Sociale Dienst vast welk bedrag verhaald
gaat worden en vraagt dat bedrag binnen 30 dagen te betalen. Als de
ex-partner op wie wordt of gaat worden verhaald het daar niet mee eens
is en niet betaalt, vraagt de Gemeentelijke Sociale Dienst aan de
rechter bij de rechtbank om de betaling dwingend op te leggen. Dit kan
de Gemeentelijke Sociale Dienst ook doen, als de situatie van de
betalende ex-partner zo is gewijzigd, dat op hem of haar een groter deel
van de uitgekeerde bijstand zou kunnen worden verhaald. Natuurlijk kan
de betalende ex-partner ook om vermindering vragen, als de eigen
situatie zo is gewijzigd dat het verhaalde bedrag niet meer redelijk is.